Ik maak me veel te druk, maar waarom eigenlijk?
Nadenken helpt je verder, tot het moment dat het dat niet meer doet.
Ik zit op de fiets en de planning voor de komende weken is al vijf keer de revue gepasseerd. Ik probeer de puzzelstukjes van de tijd zo te leggen dat het geheel aan minuten, uren en dagen in elkaar glijdt als het glazen muiltje aan Assepoesters voet, maar het brengt me nergens. Althans, dat herkauwen op het program van het concert des levens dan. De fiets brengt me altijd weer precies waar ik zijn moet.
Niet dat mijn agenda nou zo’n wiskundig raadsel is. Integendeel. Mijn agenda is vermoedelijk niet cryptischer dan de agenda van de gemiddelde havermelkmillennial die, als je er sec naar kijkt, niet veel meer denkwerk nodig heeft dan het vinden van een antwoord op de vraag in welke koffietent er dit weekend koffie wordt gedronken, of ze daar dan ook bananenbrood hebben en hoe laat dat dan precies moet zijn omdat ik ook had gepland om die ochtend wakker te worden met een kater.
Maar mijn brein houdt van controle en dus gaat het tóch aan de puzzel. Het prakkeseert eindeloos over dat eerdergenoemde program – alsof mijn o-zo overweldigende bestaan anders geen kans van slagen heeft – en het hoewatwanneer van dingen waarvan je niet wist dat je er eindeloos over prakkeseren kan. Zoals wanneer ik ga sporten en of ik mijn haar dan nu ga wassen of na het sporten, maar dan moet ik naar bed met nat haar dus dan kan ik misschien beter de volgende dag mijn haren wassen maar dan moet ik extra vroeg op en daar heb ik geen zin in dus dan moet het ‘s avonds maar dan loop ik de hele dag met vies haar en ik heb geen droogshampoo dus ik moet het eigenlijk nu wassen, maar dan wordt het dus meteen weer vies als ik later ga sporten.
Tja.
Dat dus.
Zo houd ik mezelf dag in dag uit bezig met dilemma’s die allesbehalve dilemmatisch zijn, maar door het herkauwen nog op dilemma’s beginnen te lijken ook.
Het leed dat controle heet.
Overmatig plannen
Je zou kunnen zeggen dat ik van alles aan mijn hoofd heb – en dat zeg ik dus ook vaak – maar in feite praat ik de complexiteit mezelf vooral aan.
Ik bedoel: ik kan ook gewoon mijn haar wassen en als het dan weer vies wordt – want laten we wel wezen, het leven overkomt je ook gewoon een beetje – dan, tja, was ik het gewoon nog een keer?
Volgens onderzoeker en assistent-hoogleraar psychologie Paul B Sharp1 zijn aardig wat van onze zorgen te herleiden naar dat overmatige geregel: je nu al druk maken over een taak terwijl je nog helemaal niet met de taak bezig hoeft te zijn (that’s a problem for future you) en zoveel tijd besteden aan het uitdokteren van je taken dat het zijn doel voorbijgaat.
*kucht*
*gaat haren wassen*
Mentale slagkracht
Daar komt bij dat het brein een beperkte voorraad rekenkracht per dag heeft, legt Sharp uit. Dat maakt het extra zonde om die krachten te verspillen aan zorgen die zijn vermomt als planmatige gedachtekronkels.
Waarom blijven we dan toch tobben over zaken die ons helemaal niet verder brengen?
Dat heeft volgens Sharp te maken met iets wat in de neurowetenschap ‘meta-controle’ wordt genoemd: het vermogen van de hersenen om voortdurend te beslissen of en wanneer het de moeite waard is om te plannen. Wegen de voordelen ervan (goed voorbereid zijn op wat komen gaat) op tegen de energie die het kost om je mentale huiswerk te doen?
Mensen die te veel tobben, overschatten volgens Sharp wat het interne geregel hen oplevert (het is immers niet zo dat het leven je gemakkelijker afgaat als je elke poep en scheet onder een vergrootglas legt en daar vervolgens nog achtenzestig keer over nadenkt, ik kan het weten) en onderschatten wat het ze kost (heel wat mentale slagkracht die je ook kunt besteden aan dingen die er wel toedoen, zoals, ik noem maar wat, een goed boek lezen).
Bovendien moet je brein op gegeven moment beslissen: is dit plan goed genoeg? Mensen die blijven nadenken, hebben er een handje van om te denken dat het plan altijd beter kan óf zijn bang dat de toekomst niet goed uitpakt, aldus Sharp. En dus blijft het ontevreden brein maar gaan en herkauwt het op onbenullige details die precies geen zoden aan de dijk zetten.
Ga toch fietsen
Daarbij komt dat onze zorgen zich gemakkelijk ophopen als we niet in actie komen, las ik onlangs in de nieuwsbrief van bestsellerauteur James Clear. Zonder iets te doen, kun je er immers alleen maar over piekeren.
Maar, zegt Clear, zodra je begint, nemen de zorgen af en heb je daadwerkelijk invloed op wat er komen gaat.
Met andere woorden, nadenken helpt je verder, tot het moment zich aandient dat het dat niet meer doet. En als je al voor de zesde keer peinst over het wel en wee van wat er mogelijk komen gaat, dan ben je dat moment ruimschoots gepasseerd en kun je twee dingen doen: of je doet de taak, of je doet te taak niet, maar stop met nadenken over de taak. Of ga lekker fietsen, dan kom je tenminste wel ergens.
PS Gaat jouw brein ook eindeloos door? En brengt het je ergens? Of heb je een tip? Anders nog iets? Laat een bericht achter of mail me gewoon terug. Vind ik leuk, echt.
O, en over denken en controle gesproken…
Dat schreef hij in een artikel op Psyche.co met de rake kop “What if your worry problem is really a planning problem?”










Fietsen is altijd de oplossing!
Nou, dit is confronterend om te lezen 😂