Ik ben online, dus ik besta
Wie ben je eigenlijk als je het online niet laat zien?
Ik weet niet hoe het er in jouw hoekje van het internet aan toe gaat, maar perfect hoeft het er al lang niet meer te zijn. Gelukkig maar, mij hoor je niet klagen. Natuurlijk hangt in sommige krochten nog altijd een hoog #onlygoodvibes-gehalte, maar je prikt er zo doorheen en de mute-knop is snel gevonden.
We snappen inmiddels wel dat de halve wereld chronisch op vakantie lijkt, maar dat achter die plaatjes ook een doodgewoon leven schuilgaat. Een leven waarin de good vibes al gauw naar de achtergrond verdwijnen als we na die vakantie voor de zoveelste keer door de regen naar het station fietsen om daar zeiknat tot de ontdekking te komen dat de trein vertraging heeft waardoor je doorweekt én te laat aankomt bij een sollicitatie voor een baan waar het gras uiteindelijk ook niet groener blijkt te zijn.
Het leven is meestal een stuk ongemakkelijker dan we het online doen voorkomen. Die realisatie begint na vijftien jaar door feeds en algoritmes scrollen wel in te dalen.
Kijk eens wie ik ben
Maar het internet zou het internet niet zijn zonder ideaalbeeld om na te jagen. Nu we doorhebben dat perfectie een onhaalbaar streven is, willen we volgens mij wél iets anders zijn.
We willen iets uitstralen, ergens voor staan en gezien worden als… vul zelf maar in. Er is ruimte om kwetsbaar te zijn en fouten te maken, maar we willen wel laten zien wat onze identiteit (of moet ik zeggen: personal brand) is en in welk hokje dat past.
Kijk eens wat ik te vertellen heb! Kijk eens waar ik was! Kijk eens wat ik doe! En vooral: kijk eens wat dat over mij zegt! roepen we. En daar is niets mis mee, behalve dat die zorgvuldig uitgekozen informatie niet altijd een eerlijke weerspiegeling is van wie we zijn. En dat kan gaan wringen.
Constante feedbackloop
We geven online kleine stukjes van onszelf bloot. Stukjes die allemaal iets over onszelf vertellen; laten zien wie we zijn en waar we voor staan.
De constante feedbackloop van likes, comments en vergelijkingsmateriaal bepaalt wat wel en niet leuk is en wat we wel en niet van onszelf laten zien. Dat heeft invloed op hoe we onszelf zien, zeggen deskundigen, en zorgt ervoor dat we onze online identiteit zorgvuldig vormgeven.
Selective self-presentation noemen onderzoekers dat. Het kan leiden tot een kloof tussen het beeld dat we online laten zien en hoe we ons vanbinnen voelen. Of, zoals psycholoog Edward Tory Higgins het omschrijft in zijn self-discrepancy theory: het schuurt tussen ons echte zelf en ons ideale zelf. En dat levert psychisch ongemak op.
Ik ben offline, dus ik beleef
I post, therefore I am kopt een opiniestuk op het Britse nieuwsplatform The Independent, en ik had het niet treffender kunnen zeggen. Wat stellen je gedachten voor als je ze niet deelt, kun je je afvragen. Kan ík me afvragen, als iemand die zich regelmatig genoodzaakt voelt net iets te veel woorden via deze weg de ether in te slingeren.
Ik moet iets van mezelf laten zien om mezelf te laten gelden, en daar kun je die discrepantietheorie vast en zeker op loslaten. Maar meer delen ≠ meer bestaan. Dus als het een tijdje stil is van mijn kant, weet dan dat het offline goed vertoeven is.







Goals! 💕 Nog wel even wachten met de Substack per post versturen a.u.b.!!